‘Witte illegale’ vrouwen in hongerstaking

Bovenstaand gedicht schreef Ayse Tezcan in februari 1999. Samen met veertien andere Turkse vrouwen nam zij deel aan een hongerstaking uit protest tegen de koppelingswet die het jaar ervoor was aangenomen. Door die wet raakten mensen zonder verblijfsvergunning het recht kwijt op sociale voorzieningen, zoals medische zorg en kinderbijslag.

De vijftien vrouwen woonden al jaren in Nederland, in de meeste gevallen met hun gezin. Als ‘witte illegalen’ kregen ze een sofinummer en bouwden ze een bestaan op. De vrouwen vielen buiten de speciale regeling waardoor veel ‘witte illegalen’ alsnog een verblijfsvergunning kregen: omdat ze zwart werk verrichtten bijvoorbeeld, of omdat ze seizoenswerk hadden gedaan.

Mauritskade
Deze weeffout in de koppelingswet riep veel verontwaardiging op, maar bleek niet zo makkelijk te repareren. Twee maanden eerder had een groep van 132 ‘witte illegale’ mannen in de Haagse Agneskerk via een hongerstaking aandacht gevestigd op dit probleem. Op 2 februari 1999 besloot toenmalig staatssecretaris Job Cohen dat van hen slechts dertien een verblijfsvergunning zouden krijgen.

Radeloos en woedend besloten de vijftien vrouwen het stokje van de mannen over te nemen en ook in hongerstaking te gaan. Op dezelfde dag dat de beslissing van Cohen bekend werd gemaakt, bezetten zij het kantoor van Vereniging van Turkse Vrouwen (ATKB) aan de Mauritskade in Amsterdam. Hun belangrijkste eis: een verblijfsvergunning. Tot die eis werd ingewilligd, zouden ze in het gebouw aan de Mauritskade blijven en niet eten.

Veel steun
De vrouwen konden rekenen op veel steun uit de samenleving. Vrijwilligers meldden zich en financiële donaties stroomden binnen. De pers stond vrijwel dagelijks op de stoep. Drie vertrouwensartsen hielden nauwlettend de gezondheid van de vrouwen in de gaten. Overdag zaten de vrouwen op de lage zitbanken in een zaaltje van de ATKB, praatten met bestuurders, pers en politici die langskwamen. ’s Nachts, zonder afleiding, overheersten de honger en de zwakte die het voedseltekort veroorzaakten.

Meer dan de toezegging dat hun dossiers opnieuw zouden worden beoordeeld, kregen de vrouwen uiteindelijk niet. Na ruim vijf weken braken zij hun hongerstaking af – dat was de voorwaarde die was gesteld voor de beloofde herbeoordeling van de dossiers. Veertien van de vijftien vrouwen kregen uiteindelijk een verblijfsvergunning.

Het gedicht van Ayse Tezcan is deel van het Archief van de Amsterdam Türkiyeli Kadinlar Birligi; Hongerstakende Vrouwelijke Witte Illegalen (511).