Auteur archieven: ATKB ATKB

Jarenlange strijd van vrouwen voor vrijheid en gelijkheid

ATKB probeert sinds haar bestaan vrouwen te bereiken die belemmerd worden in hun ontwikkeling, hun zelfontplooiing en in hun bewegingsvrijheid. Daarnaast strijdt ATKB al jaren voor solidariteit met onderdrukte vrouwen overal ter wereld. Doel van deze strijd is altijd geweest (en is nog steeds) om de aandacht te vestigen op thema’s als gelijkheid tussen mannen en vrouwen, mensenrechten, zelfbeschikkingsrecht van vrouwen, het bestrijden van discriminatie en geweld en het bevorderen van de economische onafhankelijkheid van vrouwen en meisjes.

Strijden voor de positieverbetering van de vrouwen die te kampen hebben met zeer complexe en veelvoudige problemen, is een erg ambitieuze maar ook een moeilijke opgave. Ondanks deze vele obstakels heeft ATKB zich altijd onverminderd ingezet voor de vrijheid, bewustwording en emancipatie van de vrouwen.

Bovendien heeft ATKB nooit geaarzeld om de oorzaken te benoemen die de positie van de vrouwen afkomstig uit Turkije kwetsbaar maken. Een groot deel van de Turkse gemeenschap is streng religieus en hangt traditionele ideologieën aan. Deze ideologie, die ook gepropageerd wordt door de huidige Turkse regering van AKP, verslechtert in het algemeen de positie van vrouwen en beperkt de rol van de vrouw tot slechts zorg- en huishoudelijke taken en tot de bewaking van haar kuisheid. Op deze wijze blijft de vrouw achtergesteld, heeft geen zelfbeschikkingsrecht en neemt weinig deel aan de samenleving.

Het staat vast dat verschillende vormen van geweld, zoals huiselijk- en seksueel geweld, discriminatie van vrouwen en discriminatie van personen met een andere seksuele geaardheid wordt gerechtvaardigd door de extreem religieuze ideologieën. Niemand kan ontkennen dat ook de Turkse regering geweld tegen vrouwen legitimeert en zelfs praktiseert door eigen politiemacht in te zetten tegen vrouwen tijdens demonstraties. Een minister van AKP heeft onlangs de vrouwen opgeroepen om in openbaar niet te lachen en niet uitnodigend te zijn in haar houding en om haar kuisheid te beschermen. Daarmee legitimeert de Turkse overheid ook de verkrachting van vrouwen die zich niet kleden volgens de islamitische normen.

Na jarenlange strijd voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen, heeft ATKB gezien dat de schending van vrouwenrechten door extremistische opvattingen en door de Turkse overheid ook de positie van de vrouwen in Nederland beïnvloedt.

Nu is de hele wereld getuige van mensonterend, gruwelijk geweld tegen en verkrachtingen en vernederingen van vrouwen in het Midden-Oosten onder de vlag van de Islamitische Staat en in de naam van de Sharia wetgeving. De Koerdische vrouwen voeren in Syrië en in Noord-Irak een moedige strijd tegen de terreur van IS. En de Ezidische, Assyrische en christelijke vrouwen, die in grote getalen verjaagd worden, verzetten zich door de bergen in te vluchten in plaats van zich over te leveren aan de onmenselijke terroristen van IS.

Zolang de beleidmakers, politieke partijen en regeringen in Nederland of waar dan ook ter wereld toegankelijk blijven voor extremistische ideologieën, zal de strijd van de vrouwen die vechten voor vrijheid, gelijkheid en een menswaardig bestaan nog een lange adem moeten hebben. Het is ook van groot belang dat vrouwenorganisaties die niet gelieerd zijn aan een religie en strijden voor positieverbetering van vrouwen gestimuleerd en gesteund worden. Het hebben van een eigen organisatie maakt de vrouwen sterk en bevordert de solidariteit tussen vrouwen die onderdrukt worden. Wij streven naar een samenleving, waarin vrouwen participeren op alle terreinen van de samenleving in plaats van dat ze worden uitgesloten van de samenleving en zich keren tot slechts de eigen gemeenschap.

Het bestuur van ATKB
September 2014

8 Maart Internationale Vrouwendag 2009

Dit jaar vieren we 8 maart Internationale Vrouwendag in de tijd van economische crisis, toenemende armoede en werkloosheid.
8 maart Internationale Vrouwendag is de dag waarop de vrouwen zich verzetten tegen de armoede, en strijden voor eisen zoals “gelijke loon voor gelijke arbeid” en een menswaardig bestaan.
8 Maart Internationale Vrouwendag is niet een willekeurige dag die ons zo maar is geschonken. Integendeel, 8 maart is een dag die de vrouwen met hun bloed en tranen hebben verworven. Als we een blikje werpen op het ontstaan van 8 maart waarbij in 1857 duizenden textielarbeiders de straat op gingen voor hun rechten dan kunnen we het belang van deze dag begrijpen/beseffen.
De betekenis en het belang van deze dag is niet alleen essentieel in historische context, maar is ook belangrijk voor de toekomstperspectieven van vrouwen. Zoals 152 jaar geleden duizenden strijdbare vrouwen 8 maart internationale vrouwendag hebben doen ontstaan, zullen wij – vrouwen – deze dag blijven koesteren en herdenken en vieren.
Enerzijds vieren we de 8 maart international vrouwendag met vreugde terwijl aan de andere kant we genoodzaakt zijn om stil te staan bij de economische omstandigheden waarin we ons nu bevinden. De economische crisis is een signaal voor moeilijke tijden die aankomen. De kredietcrisis die in de eerste instantie enorme klap heeft gehad op banken en beurzen, zal langzamerhand de hele samenleving hard treffen.
Volgens de officiële cijfers leeft van alle Amsterdamse minima een steeds groter percentage langdurig in armoede, dat is 76% in 2007. Nog zorgwekkender is het feit dat ook veel jongeren langdurig in armoede opgroeit en dat dit hun ontwikkeling enorm beschadigd. Ook onder de vrouwen is het aantal minima dat in armoede leeft groter dan mannen, namelijk 20,5% en mannen 17,8%. Vrouwen behoren dus vaak tot minima en zijn vaak de slachtoffer van de crisis.

Omdat er nu al honderdduizend werknemers hun baan dreigen te verliezen, kunnen we spreken van de invloed van de economische crisis in Nederland. Ook de overheid heeft officieel bekend gemaakt dat binnen een jaar honderdduizend werknemers hun baan zullen verliezen. Gaandeweg zal dit cijfer ongetwijfeld steeds toenemen. De werkloosheid, de stijging van levensonderhoud en armoede zal ongetwijfeld vooral de minima en treffen, maar de vrouwen zullen het hards worden getroffen.
Degenen die verantwoordelijk zijn voor de financiële crisis, zijn niet wij maar de rijken en de politici die achter hun staan. De overheid probeert ons de lasten van de crisis te laten dragen door voorstellen zoals het bevriezen van lonen, uitkeringen en pensioenen. Laat het duidelijk zijn: wij hebben noch in verleden noch in vandaag de financiële crisis veroorzaakt. En wij willen daarom ook de lasten ervan niet dragen.
Vandaag zullen in de hele wereld in talloze steden mannen en vrouwen, naast elkaar de straat opgaan voor dezelfde eis. Vandaag – 8 maart internationale vrouwendag zullen duizenden hun stem laten horen tegen armoede en het stijgen van levensonderhoud en voor een menswaardig bestaan. Een menswaardig bestaan voor hun zelf en voor hun kinderen.
Daarom roep ik jullie op in het kader van 8 maart international vrouwendag voor het volgende: Laten we samen meedoen aan de strijd van alle vrouwen in de hele wereld.
Laten we onze kracht bundelen.!
Laten we samen strijden tegen de verdeeldheid tussen mensen door hun afkomst, religie, taal of kleur. Laten we samen strijden tegen degenen die deze verdeeldheid veroorzaakt.
Laten we de eis “gelijke loon voor gelijke arbeid” van de vrouwelijke textielarbeiders uit New York samen hervatten.
Laten we samen strijden voor gelijke rechten op alle terreinen en tegen armoede die ons allen treft.
Leve 8 mart internationale vrouwendag!

Vrouwen zonder verblijfsvergunning gaan in hongerstaking

In navolging van de ‘witte illegalen’ in Den Haag zijn 15 vrouwen zonder verblijfsvergunning in Amsterdam in hongerstaking gegaan. De actie wordt ondersteund door het nieuwe landelijke comité “Geen mens is illegaal”. Hieronder het volledige persbericht bij aanvang van de actie.

Op 2 februari hebben wij, een groep vrouwen zonder verblijfsvergunning, het gebouw van ATKB (Vereniging van Vrouwen uit Turkije in Amsterdam) bezet om een hongerstakingsactie te voeren. Wij betreuren het dat wij juist deze organisatie moesten bezetten. Deze keuze moesten wij maken, omdat veel kerken in Amsterdam ons in de steek hebben gelaten. Wij, vrouwen in hongerstaking, hebben Nederland een bestaan opgebouwd. Door de Koppelingswet raken we nu alles kwijt. Deze actie is voor ons de enige mogelijkheid om onze opgebouwde rechten terug te krijgen.

Vrouwen zonder verblijfsvergunning

De meesten onder ons zijn echtgenote van de zogenaamde ‘witte illegalen’. Jaren geleden, vóór de invoering van de Koppelingswet, kwamen we naar Nederland. We kregen werk en een woonvergunning en we konden ons inschrijven bij het bevolkingsregister en het ziekenfonds. Ook kregen we een fiscaal nummer om premies en andere sociale lasten te betalen. De ‘witte illegalen’ werken al vele jaren wit, maar kwamen desondanks niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning via de “zesjaarsregeling”. De mannen hebben jarenlang zwaar en slechtbetaald werk gedaan in onder andere de tuinbouw. Nu ze niet meer nodig zijn, worden ze afgedankt. Sommigen hebben ernstige gezondheidsklachten opgelopen en zijn arbeidsongeschikt geworden. Ze kregen een WAO-uitkering, maar dat recht wordt hen nu ook afgenomen. Door hun arbeidsongeschiktheid kunnen zij bovendien ook niet voldoen aan de eisen van de “zesjaarsregeling”.

De meesten van ons hebben thuis gewerkt, in de schoonmaakbranche of in naai-ateliers en komen niet aan 6 jaar wit werk. En al helemaal niet aan 200 dagen werk per jaar, een andere vereiste voor legalisering via de “zesjaarsregeling”. Voor vrouwen is het extra moeilijk om full-time ‘wit’ werk te vinden op de arbeidsmarkt. We moesten immers ook voor de kinderen en het huishouden zorgen. Ook werden we wel door werkgevers voorgelogen dat we ‘wit’ werkten terwijl dat niet het geval was. Anderen beloofden voortdurend dat we later wel ‘wit’ werk zouden krijgen. De “zesjaarsregeling” houdt geen rekening met onze situatie en daarom komen vrouwen maar zelden voor een verblijfsvergunning in aanmerking.

Een afhankelijke verblijfsvergunning

Enkelen van ons zijn vroeger legaal geweest. We kwamen naar Nederland voor gezinshereniging of -vorming. We waren getrouwd met een man met een verblijfsvergunning. Daardoor kregen wij een afhankelijke verblijfsvergunning. Onze huwelijken strandden echter binnen 3 jaar waardoor we illegaal werden. Pas na 3 jaar huwelijk geeft de wet ons een kans op een zelfstandige verblijfsvergunning.

Enkelen van ons werden door een afhankelijke verblijfsvergunning gedwongen in een situatie van vrouwenmishandeling te blijven leven. Weggaan betekende het verlies van verblijfsrecht. Ook wanneer onze mannen de relatie verbreken of sterven, worden wij illegaal. Deze problemen worden nog erger wanneer er kinderen in het spel zijn. De overheid werkt via de afhankelijke verblijfsvergunningen onze emancipatie tegen. Dat moet stoppen.

Een heksenjacht

Onze kinderen zijn hier geboren. Ze zijn ingeburgerd en gaan naar school. Daar is “illegaal” het nieuwste scheldwoord voor alles wat slecht is. Ze houden angstvallig voor hun vriendjes en vriendinnetjes verborgen dat ze illegaal zijn. Onze kinderen zijn bang om opgepakt te worden, steeds wanneer ze een politieagent zien. Hun angst is terecht. Allemaal hebben we een verblijfsvergunning aangevraagd en de laatste tijd regent het afwijzingen. Wie zo’n afwijzing krijgt moet binnen 2 weken het land verlaten. Anders kunnen we zonder pardon door de politie opgepakt en naar Schiphol gebracht worden. Advocaten raden ons aan om onder te duiken zodat we het hoger beroep af kunnen wachten dat we hebben aangetekend. Is dit een rechtsstaat?

De Koppelingswet

Het vreemdelingenbeleid wordt steeds restrictiever en het net om ons heen wordt steeds strakker aangetrokken. De Koppelingswet is het sluitstuk van dit beleid. Deze wet zorgt ervoor dat onze opgebouwde rechten onbereikbaar worden. We krijgen geen kinderbijslag meer, geen gezondheidszorg, geen werk, geen huursubsidie, geen WAO-uitkering, geen Ziektewet-uitkering, en geen woonvergunning bij (gedwongen) verhuizingen. Meerderjarigen kunnen niet meer studeren. Ons leven hier wordt onmogelijk gemaakt. Door het verlies van deze rechten hebben we grote moeite om in onze dagelijkse levensbehoeften te voorzien. We willen niet gaan bedelen, maar we liggen er wakker van dat we onze kinderen niet meer behoorlijk kunnen voeden.

De overheid moet de mensen die hier jaren gewoond en gewerkt hebben rechtvaardig behandelen en niet als oud vuil buiten de deur zetten. We voelen ons door het regeringsbeleid vernederd en in onze mensenrechten aangetast. Met onze actie komen we op voor alle slachtoffers van de Koppelingswet.

Een hongerstaking voor onze (mensen)rechten

Er is al vaak geprotesteerd tegen de Koppelingswet en de illegalisering. Eerdere acties leidden wel tot begrip vanuit de maatschappij, maar niet tot een werkelijke toenadering vanuit de regering. Een voorbeeld daarvan is de hongerstaking van de grote groep ‘witte illegalen’ in Den Haag. Hoewel de publieke opinie de hongerstakers steunde, hebben slechts 13 van de 132 ‘witte illegalen’ een verblijfsvergunning gekregen. Tijdens die hongerstaking, op 17 december 1998, hebben wij uit solidariteit het Amsterdamse stadhuis bezet. De PvdA en GroenLinks schreven daarop een brief aan de regering waarin ze onze eis steunden voor een generaal pardon voor iedereen die kan aantonen dat hij of zij hier 3 jaar verblijft.

Onze eisen

Met onze actie willen we de aandacht vestigen op de moeilijke positie van illegale vrouwen. Een hongerstaking is voor ons nog de enige mogelijkheid om onze opgebouwde rechten terug te krijgen. Wij weten geen ander middel meer om nog voor onze rechten op te komen. Wij eisen:

1. Een verblijfsvergunning voor de slachtoffers van de Koppelingswet die kunnen aantonen dat ze voor de invoering van deze wet legaal waren; bijvoorbeeld ingeschreven bij het bevolkingsregister, of een sofi-nummer hebben, verzekerd zijn, enzovoorts.
2. Direct een zelfstandig verblijfsrecht voor vrouwen die naar Nederland zijn gekomen en die toen voldeden aan alle voorwaarden die gesteld worden voor gezinshereniging of -vorming.
3. Afschaffing van de Koppelingswet.

 

‘Witte illegale’ vrouwen in hongerstaking

Bovenstaand gedicht schreef Ayse Tezcan in februari 1999. Samen met veertien andere Turkse vrouwen nam zij deel aan een hongerstaking uit protest tegen de koppelingswet die het jaar ervoor was aangenomen. Door die wet raakten mensen zonder verblijfsvergunning het recht kwijt op sociale voorzieningen, zoals medische zorg en kinderbijslag.

De vijftien vrouwen woonden al jaren in Nederland, in de meeste gevallen met hun gezin. Als ‘witte illegalen’ kregen ze een sofinummer en bouwden ze een bestaan op. De vrouwen vielen buiten de speciale regeling waardoor veel ‘witte illegalen’ alsnog een verblijfsvergunning kregen: omdat ze zwart werk verrichtten bijvoorbeeld, of omdat ze seizoenswerk hadden gedaan.

Mauritskade
Deze weeffout in de koppelingswet riep veel verontwaardiging op, maar bleek niet zo makkelijk te repareren. Twee maanden eerder had een groep van 132 ‘witte illegale’ mannen in de Haagse Agneskerk via een hongerstaking aandacht gevestigd op dit probleem. Op 2 februari 1999 besloot toenmalig staatssecretaris Job Cohen dat van hen slechts dertien een verblijfsvergunning zouden krijgen.

Radeloos en woedend besloten de vijftien vrouwen het stokje van de mannen over te nemen en ook in hongerstaking te gaan. Op dezelfde dag dat de beslissing van Cohen bekend werd gemaakt, bezetten zij het kantoor van Vereniging van Turkse Vrouwen (ATKB) aan de Mauritskade in Amsterdam. Hun belangrijkste eis: een verblijfsvergunning. Tot die eis werd ingewilligd, zouden ze in het gebouw aan de Mauritskade blijven en niet eten.

Veel steun
De vrouwen konden rekenen op veel steun uit de samenleving. Vrijwilligers meldden zich en financiële donaties stroomden binnen. De pers stond vrijwel dagelijks op de stoep. Drie vertrouwensartsen hielden nauwlettend de gezondheid van de vrouwen in de gaten. Overdag zaten de vrouwen op de lage zitbanken in een zaaltje van de ATKB, praatten met bestuurders, pers en politici die langskwamen. ’s Nachts, zonder afleiding, overheersten de honger en de zwakte die het voedseltekort veroorzaakten.

Meer dan de toezegging dat hun dossiers opnieuw zouden worden beoordeeld, kregen de vrouwen uiteindelijk niet. Na ruim vijf weken braken zij hun hongerstaking af – dat was de voorwaarde die was gesteld voor de beloofde herbeoordeling van de dossiers. Veertien van de vijftien vrouwen kregen uiteindelijk een verblijfsvergunning.

Het gedicht van Ayse Tezcan is deel van het Archief van de Amsterdam Türkiyeli Kadinlar Birligi; Hongerstakende Vrouwelijke Witte Illegalen (511).